Butternut- of flespompoen zaden (Cucurbita moschata) zijn geschikt voor het kweken van langwerpige pompoenen met een gladde, lichtbruine schil en zoet, stevig vruchtvlees. Deze pompoenen worden vooral geteeld voor consumptie en zijn populair in de keuken.
Butternut flespompoenen behoren tot Cucurbita moschata en worden onderscheiden op basis van hun flesvormige vrucht en fijn, licht zoet vruchtvlees. Afhankelijk van het ras groeien planten rankend of compact/bossig. Deze pompoenen worden geteeld als consumptiepompoen en zijn geschikt voor bewaring.
Veelgestelde vragen
Groeit Butternut rankend of bossig?
Beide komt voor. Veel Butternut-rassen groeien rankend, maar er bestaan ook compactere, bossige varianten die minder ruimte innemen.
Worden Butternut pompoenen zoeter bij koud weer?
Ja. Blootstelling aan koelere nachten kan het suikergehalte verhogen, wat de smaak ten goede komt. Dit gaat wel ten koste van de bewaartijd.
Wanneer moet ik Butternut pompoenen oogsten?
Oogst vóór de eerste nachtvorst. Kou kan niet alleen vorstschade veroorzaken, maar beïnvloedt ook de houdbaarheid. Tijdig oogsten voorkomt kwaliteitsverlies.
Zijn Butternut pompoenen goed te bewaren?
Ja, mits ze rijp worden geoogst en correct worden opgeslagen. Te lage temperaturen verkorten de bewaartijd.
Bij welke temperatuur bewaar ik pompoenen?
Pompoenen bewaar je idealiter boven de 13 °C, op een droge en goed geventileerde plaats. Lagere temperaturen verhogen wel het suikergehalte, maar verkorten de houdbaarheid.
Teelt en verzorging
Teelt en grondsoort
Butternut pompoenen groeien het best in goed doorlaatbare, humusrijke grond op een warme, zonnige standplaats. Goede drainage is belangrijk om wortelproblemen te voorkomen. In natte tuinen is planten op een klein heuveltje aan te raden.
Bemesting
Gebruik compost of goed verteerde stalmest als basisbemesting. Vermijd overbemesting met stikstof, omdat dit vooral bladgroei stimuleert en ten koste gaat van vruchtkwaliteit. Kaliumrijke meststoffen bevorderen stevige en beter houdbare vruchten.
Uitplanten en plantafstand
Uitplanten kan na de IJsheiligen. Rankende rassen hebben circa 1,5 × 1,5 tot 2 × 2 meter ruimte nodig. Bossige rassen kunnen met minder ruimte toe.
Water geven
Geef regelmatig water, vooral tijdens bloei en vruchtzet. Geef bij voorkeur ’s ochtends water bij de voet van de plant en houd het blad zo droog mogelijk.
Onkruid en mulchen
Mulchen met stro of compost helpt onkruid te onderdrukken, houdt de bodem vochtig en voorkomt direct contact tussen vrucht en natte grond.
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Ontvang al het laatste nieuws, blogberichten en productupdates van Decoflorall.